zondag 29 mei 2022

Kabelboom

Huh, een kabelboom? Je ging toch alles met een CAN-bus aansturen? Jawel, maar dan heb ik nog steeds voedingskabels nodig. Van voor naar achter heb ik naast de CAN-bus-kabel nog vier kabels lopen. Twee voor de 12 volt voeding en twee voor de 5 volt voeding. Dat klinkt als een paar kabels teveel, want als je 12 volt hebt, dan kun je daar toch zeker ook 5 volt van maken. Ja dat klopt, maar de omzetting van 12 volt naar 5 volt doe ik op één centrale plek onder de motorkap. Oké, da's een keuze. Maar waarom dan twee kabels voor zowel de 12 volt als de 5 volt. De nul/massa kan toch gezamenlijk uitgevoerd worden, of zelfs via het chassis lopen? Jawel, ook dat kan, maar de 5 volt voeding en de 12 volt voeding zijn galvanisch van elkaar gescheiden. Oók de massa is dus gescheiden.

Verschillende voedingen is verstandig zodat de voeding van de microcontrollers en overige gevoelige elektronica strikt gescheiden gehouden kan worden van de 'vuile' voeding van bijvoorbeeld de ontsteking, lampen en inductieve lasten. Over die voeding in een later bericht nog wat meer details. Nu eerst die kabelboom van voor naar achter. Die wordt meestal aan de binnenkant van de body geplakt met - je raad het al - Sikaflex 260 N. Je weet wel, dat spul dat als je er alleen maar naar kijkt al zorgt voor zwarte vingers, ellebogen en t-shirts.


Sikaflex 260 N, onmisbaar bij de bouw van een kitcar.

Aha, daar komt de naam kitcar vandaan. Zonder kit geen car...😄

De kabelboom wordt met speciale weefseltape omwonden. Die kan ook onder de motorkap gebruikt worden en is bestand tegen behoorlijk hoge temperaturen. Voor de kabelboom van voor naar achter trouwens niet zo belangrijk. Maar het ziet er wel opgeruimd uit.

Kabelboom in de maak.


De kabelboom plak ik liever niet zo met een aantal dotten kit tegen de binnenkant van de body, dus daar heb ik beugeltjes voor gemaakt waar ik een kabelbindertje doorheen kan halen. Kleine beugeltjes van aluminium, want dat gaat goed samen met Sikaflex en is gemakkelijk te verwerken.


Stripje van 1 cm aluminium.


De beugeltjes beginnen als een strip van één centimeter aluminium. Na het boren van een groot aantal gaten van 3.5 mm wordt de strip in kleinere stukjes gezaagd.


Een aantal beugeltjes in de maak.


En dan nog aan twee kanten ombuigen en klaar zijn de beugeltjes. Alleen nog even langs de bandschuurmachine om de scherpe hoekjes eraf te halen.


Handje beugeltjes.


Dit is het idee...


De beugeltjes zijn best klein, maar hebben ongeveer één vierkante centimeter oppervlak om te lijmen. Dat zou volgens het datablad van Sikaflex een maximum treksterkte van 700 newton (ongeveer 70 kg) opleveren. Al is het in de praktijk maar 10 procent hiervan, dan is het nog ruim voldoende om mijn kabelboom vast te houden.


Meteen met kabelbinder vastgelijmd...

...en ja ik heb er best veel gebruikt.


De kabelbinders heb ik er vooraf al ingestoken omdat ik bang was dat er tijdens het lijmen een klodder Sikaflex in de gaten zou komen. Zeker onder de instaprand is het zo al best een gefriemel met de kabelbinders.



Zo, die zit vast.

zaterdag 28 mei 2022

Kentekenplaatverlichting

Dat de Burton best een smalle auto is valt ook weer op als je de plek van de achterste kentekenplaat bekijkt.

https://www.burtoncar.com/


Er is niet veel ruimte om de kentekenplaatverlichting te plaatsen. Aan de zijkanten zitten de achterlichten, aan de bovenkant de achterklep, dus verlichting van onderen lijkt een valide optie. Het witte licht mag niet naar achteren schijnen, dus ik heb me laten inspireren door het beugeltje van BCC. Hier zit een 'standaard' Hella lampmontuur op bevestigd.


Mijn imitatie-beugeltje.


Het beugeltje is wel iets smaller en de lamp staat net iets verder naar achteren door de dubbele vouw. De kabels worden voorzien van adereindhulsjes.


Wel handig als je dan een goede tang hebt.


Snoertjes aangesloten.


Onder de slotvanger van de achterklep heb ik een gaatje geboord waar de kabeltjes naar binnen komen. Door de kabel in een lus te laten 'hangen' loopt er wat minder snel water naar binnen.




Lusje in de kabel.


Nu nog een kentekenplaathouder scoren. Die dekt (gelukkig) een groot deel van de beugel af. Voorlopig ziet het er zo uit:




woensdag 27 april 2022

Knipper- en stadslicht voor - bekabeling

De kabels van de knipperlichten (en stadslichten) lopen aan de binnenkant van het spatbord en worden met slecht weer gebombardeerd door alles wat er van de voorwielen vandaan komt. Een stekker lijkt me niet zo'n goed plan op die plek, dus die komt onder de motorkap. Betekent wel dat de (belachelijk) korte draden die aan de "bullit" lampen zitten verlengd moeten worden.

Om twee draden aan elkaar te verbinden zijn verschillende oplossingen mogelijk, ik ben fan van een gesoldeerde verbinding. Op YouTube vind je wel mooie methodes, deze bijvoorbeeld.








Om de kabels onder het spatbord te beschermen stop ik ze in een aluminium buisje. Van een stukje hoekprofiel zijn enkele klemmetjes gemaakt. Aluminium en Sikaflex gaan goed samen, dus raad eens waar dit naartoe gaat...


Clips in de maak.




Plakt goed.


In de handleiding wordt een gaatje geboord door de flens van het spatbord. Ik ga hier liever net onder zitten. Dan kan ik hier nog een mooi rubbertje in friemelen. Zoiets:






Doorvoertule.


Onder de motorkap komt dan de stekkerverbinding. Maar een dikke stekker past niet door dat gaatje, dus dat wordt weer iets anders. En daar komt een stukje Trespa bij kijken.


Drie schuifstekkerplaatjes op een stukje Trespa.




Met wat hittebescherming...


Dit plaatje komt net naast het doorvoergat te zitten. De vaste snoertjes krijgen wat hittebescherming omdat ze in de buurt van de uitlaat naar boven komen. Het is allemaal wat krapjes aan de zijkant van de motor.





Zicht op de binnenkant.


Nu liggen alle kabels klaar die aangesloten zullen worden op de voorste CAN-module. Een onderwerp voor een volgend bericht.


maandag 25 april 2022

Knipper- en stadslicht voor

Dus ik dacht dat ik wel klaar was met de knipperlichten voor, maar de fittingen blijven me bezighouden (letterlijk en figuurlijk). De hot glue waarmee de fittingen vast zitten, het onderste lampje dat te dicht bij het bevestigingsboutje zit en de druppel die de emmer doet overlopen: als het witte lampje (stadslicht) aan staat, schijnt het deels door het oranje glas van het grotere lampje (knipperlicht) en dat zie je aan de voorzijde. Geen porem dus!


Niet zo blij met deze fittingen.


Tja...


En dan heb ik nog niet vermeld dat het oranje lampje (T10 fitting, 21 watt) erg moeilijk verkrijgbaar is. Wat ik graag zou zien is dat er in de behuizing een duplo-lamp zou passen. Daarvoor is dus een andere fitting nodig. Ik zat te denken aan een T20 duplo steeklamp.


T20 W21/5W (carfantasy.nl)


Hiervoor moet de lamphouder wel aangepast worden. Beginnende met het verwijderen van de huidige fittingen.




Hmmm, verstopte roest...


Met en zonder (roest).


Een stukje aluminium hoekprofiel is geschikt als basis voor een nieuwe fittinghouder.


Stukje rest aluminium.


Onderdelen voor de nieuwe fitting.


De fitting heeft een bajonetverbinding in de nieuwe fittinghouder.

Steek en draai.


Past...


...en de lamp ook.


Na wat gefriemel met het rubber ringetje bij het glaasje zit de lamp weer in elkaar.


Klaar om definitief gemonteerd te worden.



Tja, en toen zag ik dat Burton zelf ook zoiets in het assortiment heeft. Weliswaar met een 'normale' duplo-lamp. Eigenlijk een betere keus omdat ik die lampen ook in de achterlichten heb zitten. Scheelt weer een reservelampje (en een paar uur werk).


https://www.burton2cvparts.com


Ze ontwerpen/ontwikkelen best veel bij Burton, maar deze heb ik inmiddels elders ook gezien:


https://www.s-v-c.co.uk


Notabene het bedrijf waar ik de knipperlichten gekocht heb 😊. Ik had gewoon wat beter moeten zoeken.

zaterdag 23 april 2022

Aansluiting bobine

De ontsteking van de Eend is vanwege de twee cilinders de eenvoud zelve. Er is geen verdeler nodig, de hoogspanningszijde van de bobine zit rechtstreeks verbonden met beide bougies. Ze vonken altijd gelijktijdig. Een van beide cilinders heeft net een vers mengsel gecomprimeerd en zal door de vonk een arbeidsslag maken, de andere heeft net de verbrandingsgassen weggedrukt naar de uitlaat en doet niets met de vonk. Eén omwenteling verder wisselen de cilinders van actie. Dit eenvoudige principe is een van de redenen waarom ik het zo'n leuk motortje vind.

Om het torretje lekker te laten snorren is het wel nodig om die ontsteking met enige regelmaat af te stellen. Het onderbrekingspuntje wil nog wel eens inbranden als de condensator niet meer zo best is. Dat is de reden dat ik al heel wat jaartjes terug een elektronische ontsteking in de Eend heb gebouwd. Deze vervangt de condensator, het onderbrekingspuntje én de mechanische vervroeging. Allemaal microcontroller gestuurd. Hé, er zat dus al een microcontroller in de Eend! De elektronische ontsteking (123 Ignition) heeft drie aansluitkabels: zwart, rood en geel.


Drie draden verlengd.


Die drie draden zijn eerder al door een tule door het ventilatorhuis gevoerd. Ze waren echter wat kort afgeknipt dus moesten verlengd worden. De draden hebben een 'dikte' van 1,5 mm2. Die dikte heb ik niet liggen, dus ik heb er 2,5 mm2 aan gesoldeerd. Beter ook, want de afstand tot de bobine is groter dan in de Eend. Om de draden netjes naar de bobine te monteren heb ik gebruik gemaakt van geribbelde buis.


Flexibele ribbelslang.


Bevestigingsclips.


De ribbelbuis wordt vastgezet met montageclips die uit de 3D-printer zijn komen rollen. Ja, die kun je ook kopen, maar stonden niet op mijn bestellijstje (gewoon niet aan gedacht).


Ribbelbuis bevestigd aan de rand van de neus.


Op de foto nog niet te zien, maar de draad naar de oliedrukschakelaar loopt ook via deze ribbelbuis. Die heb ik er later aan toegevoegd. Het is zo'n buis die over de lengte opengesneden is. Fijn als je er nog een draadje aan toe wilt voegen.

Bij de bobine zitten van die schuifstekkers waarbij ik gebruik heb gemaakt van doorzichtige krimpkous met daaronder een labeltje uit de labelmaker.


Labeltje achter een doorzichtige krimpkous.


Aansluiting op bobine.


Het wordt al een beetje druk met kabels zo rond de koplampsteun. Maar dat was bij de Eend niet anders. In een volgend bericht komen er nog wat kabels bij, die van de knipperlichten.

De oplettende lezer mist trouwens nog de rode kabel (12 volt). Die gaat nog aangesloten worden als de rest van de elektronica aan bod komt.