zondag 25 maart 2018

Achteras - Asbuis

De asbuis van de achteras zag er best goed uit en na wat licht poetswerk kon deze vrij snel het sodabadje in. Na enkele dagen pruttelen moet de as wel volkomen roestvrij zijn.

De achteras ligt lekker te pruttelen.

De achterasbuis is net zo groot als de voorasbuis. Dezelfde bak is te gebruiken.

In de tussentijd heb ik de lagers uit de remtrommels gehaald. Het moeilijkst hiervan is het losdraaien van de lageropsluitmoer. Om de trommel wat meer houvast te geven kun je een oude velg opofferen. Normaliter kun je niet bij de opsluitmoer als een velg op de remtrommel zit, maar door hier in het midden een gat in te slijpen lukt dit wel. Deze tool is erg handig bij het sleutelen aan een 2CV.


Oude velg met gat. Een handige tool!

Achteras - Schoonmaak

De draagarmen zitten dik onder het roest, maar na enkele uurtjes (pfff) met de haakse slijper ziet het er al een stuk beter uit.

De roestige start.

Na een tijdje poetsen.

Na de mechanische ontroesting is het weer tijd voor de chemische/elektrolytische ontroesting. Hiermee wordt alle overgebleven roest omgezet. Wat er uiteindelijk overblijft is een roestloos stuk staal met nog wel veel zwarte "poeder" in alle putjes. Die kun je er met een staalborstel uitpoetsen. Hierna ziet de draagarm er als volgt uit:

Dat zier er heel anders uit.

Deze putjes komen dadelijk vol te zitten met RX5.

De draagarm goed laten drogen en vervolgens in de RX5. Ik lees wel eens dat je de draagarm vóórdat er RX5 op komt even een nachtje buiten moet laten liggen om licht aan te laten roesten, maar op een of ander manier voelt dat niet goed na al dit schoonmaakwerk. Dus dat advies sla ik in de wind. De RX5 gaat op het blanke staal.


Draagarm in de RX5
Omdat de RX5 op het blanke ongeroeste staal aangebracht wordt, verkleurt het niet zoveel als wat je wel eens bij andere restauratieprojecten ziet. De verkleuring komt dan door de vermenging met vliegroest. Uiteindelijk zie je het verschil natuurlijk niet als er RX10 aangebracht wordt.

Achteras - Demontage

De achteras is aan de beurt. Deze is heel wat eenvoudiger dan de vooras omdat er geen stuurinrichting in/aan zit. Wél zitten er aan de achteras remmen. Dat dan weer wel... Het begint weer met demontage en schoonmaak.

Ziet er nog best goed uit. De kunststof doppen worden hergebruikt.
De draagarmen bevatten véél roest. Hopelijk niet rot...

Een paar foto's om de status van vóór de schoonmaak en om bij de montage later als geheugensteun te dienen.

De bevestigingsbout van de schokdemper moet nog los. Dat zal wel pittig worden.

Bevestiging van de remleiding.
 
Het verdeelblokje voor de remleiding.

Interne bevestiging van de remleidingspiraal.

Detail van de bevestiging van de asbuis. Het nokje duidelijk zichtbaar.

Detail van de binnenste keerring van het draagarmlager.
 
Ziet er nog netjes uit binnen in de trommel.

Detail van de concenters voor de onderste afstelling van de remschoenen.
 
Zicht op binnenkant achteras en hoe de remleiding naar buiten komt.





Vooras - Stuurkogelarmen

In het vorige bericht kun je lezen hoe de draagarmen gemonteerd zijn. De stuurkogelarmpjes - ook wel stuurleviertjes - zijn nu aan de beurt. Deze worden bevestigd met twee bouten van ongelijke lengte en een sterkteklasse 10.9.

Sterkteklasse 10.9.  Hier nog tijdens de schoonmaakbeurt.

Om beschadiging van lak te minimaliseren heb ik de leviertjes op hun plek "getrokken" met tijdelijk een ringetje onder de bout.




Daarna de boutjes losgehaald, ringetjes verwijderd en de definitieve borgplaat geplaatst. En nu wél aangedraaid met het juiste aanhaalmoment.

Leviertje bevestigd en geborgd.


En zo ziet de volledige fusee er dan uit. Nieuwe fuseepennen, nieuwe lagers, alles ontroest en lekker in de RX5/RX10.



woensdag 31 januari 2018

Vooras - Draagarmen

Voordat de draagarmen gemonteerd worden moeten eerst aan de binnenzijde de vetkeerringen en lagerhelften geplaatst worden. De vetkeerringen had ik al geplaatst; met de dichte zijde naar het lager gekeerd. De lagerhelften laten zich met beleid redelijk makkelijk op hun plek tikken.


De lagers zijn vooraf goed in het vet gezet.

De linker draagarm is vervolgens aan de beurt. Eerst wordt de draagarm tegen het binnenste lager gepositioneerd en ondersteund. Dan volgt de buitenste lagerhelft; eerst goed ingevet. Ook deze laat zich gemakkelijk in positie tikken.


Origineel SKF-lager in positie. Ruim in het vet.

De draagarm wordt gefixeerd met een opsluitmoer. Belangrijk om deze niet te strak maar zeker ook niet te los aan te draaien. Volgens het boekje met een aanhaalmoment van 50 Nm. Omdat het draad met vet ingesmeerd is, heb ik voor een iets lager moment gekozen.

De opsluitmoer moet nog geborgd worden.

Het vergt enige creativiteit om de momentsleutel op de draagarmmoersleutel te plaatsen. Deze sleutel bevat namelijk geen - ik noem het maar even - dop-aansluiting. Je kunt hiervoor de "dop" gebruiken die ook voor de lageropsluitmoeren (die ringen) gebruikt wordt. Samen met bijvoorbeeld een slotbout.


Vooras - Montage op chassis

Een mijlpaal: het eerste grote onderdeel wordt gemonteerd op het chassis. De vooras! Met vier bouten wordt de as gemonteerd. Deze hebben een sterkteklasse 10.9 en kunnen dan ook niet vervangen worden door een "normale" 8.8 bout. Ze worden vastgezet met een aanhaalmoment van 50 Nm. Da's voor een M10-bout met sterkteklasse 10.9 eigenlijk niet zo veel. Volgens de DIN-norm mogen ze op 70 Nm aangehaald worden. Onder de voorwaarde dat ze droog en schoon gemonteerd worden. Als de bouten ingesmeerd worden met anti seizing vet, bijvoorbeeld kopervet (Copaslip), dan wordt het aangegeven aanhaalmoment tot 20% verlaagd om aan dezelfde treksterkte te komen. De bouten worden geborgd met een borgplaat, dus lostrillen zal niet zo snel gebeuren.

Alvorens de vooras te monteren heb ik met een tap het inwendige draad opgeschoond. Hier zat nog aardig wat viezigheid en RX5/10 in.

Het schroefdraad weer netjes strak.

De bouten van de vooras zijn iets korter dan die van de achteras. Bij de achteras zit namelijk nog een opvulstuk van ongeveer 1 cm dikte tussen as en chassis.

De rechter bouten zijn de juiste voor de vooras.

De vooras ligt los op zijn plek.

Ik heb de bouten lekker in de Copaslip gezet vóór montage. De momentsleutel op iets meer dan 40 Nm.

De bouten moeten nog geborgd worden.

zondag 7 januari 2018

Vooras - Stuurinrichting

In een van mijn eerdere berichten was al duidelijk geworden dat het stuurhuis wat aandacht nodig heeft (zie stuurrondsel). De twee lagers van het stuurrondsel zijn beide versleten. De naaldjes vallen spontaan uit het naaldlager en het hoofdlager zit vol roest. Als het stuurhuis dan toch uit elkaar gaat, gaan we de rest ook maar meteen controleren, schoonmaken en voorzien van een nieuwe berg vet.

Eerst het stuurhuis weer in elkaar zetten. De kogels hebben nog voldoende diameter. Het glijlager vertoont wat slijtsporen, maar ik ga het nog niet vervangen. Mijn gevoel (?!) zegt dat het nog wel kan.

Enkele onderdelen van het stuurhuis.

Van boven naar onder in de foto hierboven (de glijplaat ontbreekt):
  • afdekplaat
  • geleidebus
  • tandheugel
  • van rechts naar links:
    • cup
    • stuurkogel
    • cup
    • drukveer
    • busje voor om de drukveer
    • cup
    • stuurkogel
    • cup
    • opsluitmoer 
Het in elkaar zetten gaat in een speciale volgorde. Alle onderdelen worden ruim in het vet gezet.

Als eerste worden de twee rechter cups op bovenstaande foto geplaatst. Zonder kogel dus, die komt later als de tandheugel in de geleidebus zit. Plaats je de rechter kogel wél, dan krijg je de tandheugel niet in de geleidebus.

Eerste cup geplaatst.

Goed wat vet erin.

Na de twee cups komt het veertje met bijbehorende busje. Stop deze lekker vol met vet. Dit veertje zorgt uiteindelijk dat alle cups met spanning tegen de stuurkogels drukken.

De drukveer vol met vet.

Nu volgt de derde cup, de linker stuurkogel (deze wél dus) en de vierde cup. Nu gaat de tandheugel vanaf rechts in de geleidebus.

Geleidebus ingevet.

De tandheugel geplaatst.

Nu kan de tweede stuurkogel geplaatst worden. Dit gaat wat lastig omdat er niet zoveel ruimte is en er al spanning op de cups staat. Beweeg in ieder geval de linker kogel zo ver mogelijk naar links zodat de veer met bus en cup wat opgeschoven kunnen worden. De cups gaan snel schuin en klem zitten, dus daar moet op gelet worden. Als er genoeg ruimte gemaakt is en de linker cup van de rechter kogel vrij kan bewegen (tegen de veer in) kan de rechter kogel er met wat overtuigingskracht ingedrukt worden.

De tweede stuurkogel is geplaatst en de heugel staat in de middenstand.

Nu de tandheugel in de geleidebus zit, kan het geheel in het stuurhuis (de vooras) geplaatst worden. Met een beetje passen en meten lukte het om het tandheugeluiteinde in het gat voor het stuurrondsel te steken. Het stuurrondsel is nog niet geplaatst, dat zou nu alleen maar in de weg zitten. De geleidebus heb ik even tijdelijk gefixeerd met wat boutjes.

Nu kunnen de glijblokjes op de stuurkogelstangen geschoven worden. En ook nu weer ruim in het vet.

Nog meer vet en de glijblokjes geplaatst.

Het gat wordt afgedekt met een glijplaat. De oude glijplaat is netjes recht gemaakt en ontdaan van roest. Vóór het plaatsen moet deze ook weer lekker in het vet. Deze plaat heeft (bij mij, op internet lees ik anders) geen lange of korte kant, dus het maakt niet uit hoe deze geplaatst wordt. De glijplaat past ruim om de glijblokjes. Bij stuurbewegingen wordt deze door de glijblokjes meegenomen.

De glijplaat geplaatst.

Over de glijplaat komt de afdekplaat en dan kan het geheel vastgezet worden met de vier bouten. Deze worden met speciale plaatjes geborgd. Heb de verdeling van de vier bouten altijd al een beetje vreemd gevonden. Er zal wel een idee achter zitten, ik zie het alleen niet. Ik zou het zo ontworpen hebben dat er twee bouten aan elke kant zouden zitten en symmetrisch geplaatst. Maar ik werk dan ook niet bij/voor Citroën ;-).

De afdekplaat zit op zijn plek en het geheel is vastgebout.

Als laatste wordt de rubberen afdichting (anti dender) geplaatst.

Stuurhuisrubber geplaatst.

Nu kan het stuurrondsel gemonteerd worden. Eerst gaat het nieuwe naaldlagertje in de hiervoor bedoelde opening.

Het naaldlagertje. Het rubber ringetje gaat om het asje.

Hier moet het lagertje in. Let op dat er geen bramen
zitten van de vorige borging. Dit koste mij een lagertje.

Het naaldlagertje geplaatst.

Nu kan het rondsel in het stuurhuis. Ook nu weer voldoende vet. Alleen niet teveel in het naaldlager. Omdat dit een gesloten lager is loop je het risico dat'ie er uitgedrukt wordt bij het vastdraaien van de ringmoer.

Stuurrondsel zit op zijn plek.

Ringmoer vastgedraaid.

Als laatste moet de druktaats geplaatst worden. Volgens Haynes moet je 'm goed vast zetten en dan door het stuur van rechts naar links te bewegen het zwaarste punt zoeken (als dat er al is) terwijl je de opsluitmoer wat losser zet. Je mag de tanden niet voelen bij het ronddraaien. Het is een kwestie van gevoel (daar is'tie weer). Niet te los en niet te vast.

Borging taats-opsluitmoer.

Volgens Haynes hoef je de opsluitmoer niet te borgen omdat de druk van de taatsveer er voor zorgt dat de moer niet lostrilt. Bij mij zat er oorspronkelijk een splitpen in (voortschrijdend inzicht van meneer Citroën?). Hiervoor was duidelijk een gat geboord door het huis en door de rand van de opsluitmoer. Toen ik op "gevoel" de taats op de juiste spanning had zitten, zaten deze twee gaten precies tegenover elkaar. Wat een geluk/toeval; ik kon er zonder moeite een splitpen doorheen steken. Goed voor de gemoedsrust.

Geborgd.

Het stuurhuis is nu gereed om op het chassis te plaatsen. Hierover in een later bericht meer. Al met al lekker opgeschoten tijdens deze Kerstvakantie.