dinsdag 25 augustus 2020

Carburateur - Toch maar een gereviseerde

Ongelooflijk, geen enkel bericht in juli en (tot nu toe) augustus. Terwijl ik me toch had voorgenomen om in de zomervakantie enkele grote stappen voorwaarts te maken. Niet gelukt dus. Ik ben met zoveel andere dingen bezig geweest, niet in de laatste plaats onze nieuwe hobby: een Volkswagen T2-bus uit 1976. De bus is omgebouwd als camper en gaat door ons dan ook gebruikt worden voor de wat langere vakantie-trips.


Op vakantie in Frankrijk.


Oók deze vakantie moest de bus al in actie komen en hiervoor wilde ik de bus een goede grote beurt geven. En hoewel de bus net als de 2CV een luchtgekoelde motor heeft (1600cc, type 1, viercilinder) met zéér herkenbare techniek, toch kost zo'n eerste onderhoudsbeurt de nodige extra tijd. Nieuwe boeken, nieuwe leveranciers voor nieuwe onderdelen en dus nieuwe uitdagingen. En natuurlijk ook nieuwe blogs en youtube-kanalen. Ook kom je dan heel herkenbare zaken tegen en dingen waar ik bij de 2CV nooit over nagedacht heb. Een voorbeeld is de brandstofpomp. Voor de VW (en ook de 2CV) zijn er alleen nog maar aftermarket-pompen beschikbaar die bijna zonder uitzondering uit China komen en (veel) teveel druk opbouwen. Zo'n hoge druk dat de inlaatklep (het naald-klepje) van de Solex-carburateur gaat lekken. De vlotter in het brandstofreservoir van de carburateur kan de klep niet gesloten houden en dus overstroomt het reservoir. Zeker bij weinig afname (laag toerental, stationair) zal de motor dan niet lekker lopen. Een fenomeen dat ik ook bij mijn 2CV gemerkt heb. Hier zit ook een nieuwe brandstofpomp in, dus wie weet is er een overeenkomst te vinden. In de VW-scene wordt vaak een elektrische pomp met ingebouwde drukregelaar toegepast, i.p.v. een nieuwe mechanische pomp. Bij de 2CV zie je dat wat minder (hoewel ik ze daar ook al gezien heb). Misschien wel een aanrader!

In een eerder bericht heb ik laten zien dat ik mijn carburateur al helemaal uit elkaar gehad heb en voorzien heb van de nodige nieuwe pakkingen en rubbertjes. Toch kreeg ik destijds de carburateur niet afgesteld en heb hem in overleg met Alexander van Mullem opgestuurd naar BCC om te laten controleren. Daar werden toch wel aardig wat slijtagepuntjes geconstateerd en in overleg is besloten (!?) om tot de aanschaf van een gereviseerde carb over te gaan. Nu gebruiken ze bij BCC precies dezelfde motor als de mijne om de carburateurs in te stellen, dus dat geeft de burger moed.

De gereviseerde carburateur is binnen en zal eerst ingebouwd moeten worden. De aansluitbocht naar het luchtfilter had her en der wat scheurtjes dus daar ook maar meteen een nieuwe voor besteld. Dat inbouwen stelt in principe niet zoveel voor en begint bij de "dikke pakking". Die moet nog wel goed vlak zijn anders wordt aangeraden om een (of twee) extra papieren pakking te plaatsen. Zonder papieren pakking heeft trouwens de voorkeur. Liever ook geen vloeibare pakking toepassen, hoewel dit in het uiterste geval een vacuüm-lek wel kan oplossen. 

De pakking is nog goed vlak.

De voetpakking heeft één niet-afgeronde hoek en is hierdoor gemakkelijk te positioneren op de spin (het inlaatspruitstuk). Met vier moeren wordt de carburateur gemonteerd. Dit zijn speciale moeren die weliswaar normale metrische binnendraad hebben (M8), maar aan de buitenzijde één sleutelmaat kleiner zijn dan normaal (steek 12 i.p.v. steek 13). Dit is belangrijk omdat de ruimte voor de moeren erg krap is. De beugel voor de gaskabel moet niet vergeten worden.



Vooral de moer rechtsvoor is moeilijk te bereiken met standaard gereedschap. BCC verkoopt een speciale steeksleutel, maar die is ook zelf te buigen na verhitting van een standaard steeksleutel. Scheelt weer een paar euro.

Ook de steekmaat is wat aangepast om goed strak te passen.



Carburateur zit weer op zijn plek.


In volgende berichten komen de gaskabel, koppelingskabel en de bediening van de handrem aan de beurt. Het wordt tijd dat de Burton een keer op eigen kracht kan rijden.

dinsdag 23 juni 2020

Remleidingen onder de motorkap

Blogger zit me al een tijdje te pushen om over te stappen op hun nieuwe interface. Oké dan, daar gaan we... Nu begint het zoeken weer in een GUI die vast veel logischer van opzet is dan de vorige. Hmmm, ja, echt veel beter 😑. Hoe dan ook, bij de Burton ben ik bezig geweest met de remleidingen onder de motorkap. Een klusje dat al even lag te wachten, want bij de achteras en aan de zijkant zat de remleiding al een tijdje op zijn plek.

Onder de motorkap zit allereerst de hoofdremcilinder waarmee de twee gescheiden delen van het remsysteem aangestuurd worden. Bovenop de hoofdremcilinder zit het reservoir voor de remolie. Deze zit met twee rubbers in de cilinder gestoken. Dat reservoir lag nog in een plastic zakje in een kartonnen doos met spulletjes - ik moest zelfs even zoeken.


Gevonden, het reservoir.


Na een uurtje poetsen.


Dat reservoir is nog best lastig schoon te krijgen. Je kunt nauwelijks in de helft komen waar in bovenstaande foto de LHM-sticker op zit. Tijd voor een ultrasone reiniger? Of is dat een beetje laat nu... De sticker heb ik maar laten zitten. Ik heb in het verleden al eens met een dwaas van een monteur te maken gehad die dacht dat hij het reservoir op kon vullen met universele remvloeistof (DOT3, DOT4 of zitten we inmiddels op DOT5). Een vastlopende hoofdremcilinder als gevolg. En ik maar denken dat het steeds harder ging waaien. Erg vervelen als je nog 100 km van huis bent. Uiteindelijk ben ik toen op de handrem naar huis gereden.

De rubbers waren al een keer schoongemaakt en samen met de pedaalrubbers in een zakje met talkpoeder gestopt. Even een doekje erover en wat zuurvrije vaseline en ze ploepen zo in de hoofdremcilinder.


De rubbers nog ruimschoots in de talkpoeder.


Hier zitten ze op hun plek.


Het reservoir kan nu boven in de rubbers gestoken worden. Een beetje drukken en wiebelen en hij zit. Met een beetje mazzel hoeft die er nooit meer uit.


Hier zitten de remleidingen ook al vast.


De remleidingen komen uit een totaalpakket waarbij de leidingen al gebogen en op lengte gemaakt zijn. Bovendien zijn de leidingen al gefelst en zitten er wartels aan. Erg handig, want dan hoef ik zelf geen felsgereedschap te hebben. De leidingen zijn van RVS wat ze vrij lastig te buigen maakt. Aan het uiteinde van de leiding komt nog een rubberen tule. Deze moeten geschikt zijn voor de LHM-remolie. Ze zijn hiervoor gemarkeerd met een groene stip. Die stip heb ik er trouwens maar vanaf gekrabd, want dat was gewoon een dikke klodder verf.


De wartel met wat kopervet.

De groene stip gaat er nog vanaf.


Aan het eindpunt van de leiding zat nog een klein randje dat ik er afgeschuurd heb omdat de leiding hierdoor wat moeilijk in de gaten van de remklauwen of hoofdremcilinder paste. Met een beetje gevoel worden de wartels 'vast' gedraaid.


Speciaal steeksleuteltje.


Vanuit de hoofdremcilinder loopt de achterste leiding via het schutbord achter de versnellingsbak langs. Meneer Burton heeft al wat bevestigingsgaten voorzien. De motor en de versnellingsbak moeten wat kunnen bewegen t.o.v. de koets, dus er zit een spiraal in de leiding om dit op te vangen.


Achter de versnellingsbak langs.


De spiraal.


De remleiding loopt naar de buitenste aansluiting op de rechter remklauw. De binnenste aansluiting van de rechter en linker remklauw zijn met elkaar verbonden met een kort stukje remleiding dat eerst nog een beetje in vorm gebogen moet worden.


De rechter remklauw.


Het tussenstukje.


Aan de buitenkant van de linker remklauw komt een ontluchtingsnippel. Op de hoofdremcilinder moet alleen nog de voorste leiding aangesloten worden. Die gaat naar achteren en hangt nu nog een beetje te bengelen vanuit de linker chassispoot. Meestal wordt het stuk leiding vanaf het chassis naar de hoofdremcilinder verder nergens meer ondersteund. Ik kies ervoor om de leiding nog een stukje via het schutbord te laten lopen en vast te zetten met een paar 3D-geprinte leidingklemmen.


In Tinkercad...



...en in werkelijkheid...


...en op zijn plek.


Weer een mooie klus achter de rug. Nu hoeft het systeem alleen nog ontlucht te worden. Maar dat wordt een klus voor een andere keer.

zaterdag 20 juni 2020

Verwarming - Alternatieve buizen

Ik weet niet hoe jullie er over denken, maar zelf heb ik niet zoveel met de standaard papieren/schuim warmteslangen van de eendachtigen. Ze kunnen niet zo goed tegen vocht, ze sluiten niet zo gemakkelijk aan op de warmtewisselaars en - anders dan in de eend - hebben ze in de Burton eigenlijk te weinig plek omdat ze zo dik zijn.

www.burton2cvparts.com/nl/warmteslang-pakket-2x-en-1x-kort


De schakelpook heeft door de buis zeker aan de linkerkant al snel te weinig bewegingsruimte waardoor je daar vaak een deuk in de buis ziet. En dan heb ik het nog niet over het brandgevaar. Omdat de papieren buis vaak niet lekker vast zit of omdat het schuim vergaan is, komt het nog weleens voor dat de buis op de uitlaat zakt/valt.

Oké, maar wat dan. Een avondje zoeken op internet levert het volgende alternatief op. Een buis die o.a. gebruikt wordt in garages voor de afzuiging van uitlaatgassen, genaamd Airprene. Het temperatuurbereik is -40 tot 125 graden, dus dat zou voldoende moeten zijn. De Airprene-buis is echter niet geïsoleerd, maar dat zal alleen in de winter een potentieel ongemak opleveren. Of ik überhaupt in de winter ga rijden is maar de vraag.


Airprene


De buis is in verschillende diameters te koop. De oorspronkelijke warmteslangen hebben een binnendiameter van 60 mm. Dat komt overeen met de doorvoer van het schutbord. Alleen de aansluiting op de warmtewisselaar is (1) niet rond en (2) heeft een grotere diameter dan 60 mm. Het oude type slang wordt schuin afgesneden, waardoor dit goed pas te krijgen is. Het is dus een gokje of de Airprene-slang aan twee kanten gaat passen. De gok genomen en meteen een meter van diameter 60 mm besteld.


De aansluiting op het schutbord.


De aansluiting op het schutbord is perfect. De passing is zo strak dat hier niet eens een slangenklem nodig is. Nu wordt het spannend of de aansluiting op de warmtewisselaar ook gaat lukken... Omdat dit waarschijnlijk wat moeilijker zou gaan heb ik de wisselaar maar 'even' uitgebouwd.



De aansluiting op de warmtewisselaar.


Zoals verwacht ging de slang hier niet zo gemakkelijk op. Met wat zuurvrije vaseline is het uiteindelijk gelukt. De slang zit erg strak. Dat heeft als voordeel dat'ie niet zo snel los zal komen. Hopelijk blijft het rubber echter wel heel. We gaan het zien.


De rechterkant.


De buis aan de rechterkant heeft het meeste ruimte en zit prima. Aan de linkerkant is de buis wat langer en raakt eerder de versnellingspook of de handrem. Het is daar wat drukker met andere bedieningsonderdelen. Dus heb ik 'm aan de steun van het luchtfilter bevestigd om de bocht wat strakker te krijgen. Voorlopig ben ik erg tevreden. De buizen zitten goed vast en de schakelpook heeft voldoende bewegingsruimte.


Beide buizen vast.


De schakelpook in de middenpositie.


Overzichtsfoto.

Zo langzamerhand begint het onder de motorkap (die nog niet geplaatst is) alweer behoorlijk vol te worden.

dinsdag 9 juni 2020

De wielen - Low cost opfrisbeurt (zeer korte update)

In het vorige bericht eindig ik met de opmerking dat ik nog niet tevreden ben met de velgen. Het zwart was nog niet helemaal dekkend, vooral te zien in de volle zon. Dus er komt nog een laagje Epifanes op.

Mooi glimmend zwart.

Natuurlijk nooit zo mooi als spuiten, maar voor een gekwaste velg zeker niet slecht. Misschien de bandjes ook maar met bandenzwart behandelen...

zondag 31 mei 2020

De wielen - Low cost opfrisbeurt

De wielen die onder de Eend zaten zijn zo slecht nog niet. Dus nieuwe zijn niet nodig. Het is - zeker op korte termijn - niet de bedoeling dat er van die mooie Burton-sportvelgen onder komen. Natuurlijk zijn de velgen niet roestvrij, maar welke 2cv-velgen zijn dat wel. Volgens mij roesten die al als ze nog in het magazijn liggen. Nu kan ik ze professioneel laten stralen en poedercoaten, of zelf opfrissen. Ik heb nog een bijna volle pot Epifanes staan, de lak die aan de binnenkant van de bodydelen zit. Dat treft, want ik wil zwarte velgen. En dan met van die chromen ringen en doppen erop. Dus om de kosten enigszins te drukken (kan dat nog dan...) ga ik zelf aan de slag.

Eerst maar eens de hogedrukspuit erop. Vervolgens met een Brillo-sponsje aan de slag en als laatste een schuurpapiertje voor de laatste roestplekjes. En dan even goed laten drogen in de blakende zon.


De velgen zijn schoon.

De velgen hadden onder de Eend ook al van die glimmende doppen. De rand waar de dop op de velg zit is goed te zien. Als ik weer velgdoppen gebruik moet ik hier wel iets op bedenken. Anders gaan de velgen weer van die typische roestranden krijgen.

Aan de binnenkant van de velg zit vaak roest op de plek waar het binnenste deel van de velg aan het buitenste deel gelast zit. Daar zit een spleet waar water tussen kan komen met dikke korsten roest als gevolg. Je komt daar natuurlijk niet tussen om het roest te verwijderen, dus ik ga experimenteren met RX5. Normaliter smeer of spuit je namelijk op RX5 alleen RX10, maar andere synthetische verf moet ook kunnen (volgens de leverancier). RX10 als afwerklaag voor de velgen vind ik niet strak genoeg, dus ik ga afwerken met de aangebroken pot Epifanes. Gewoon met een kwast. Ik ben benieuwd wat het resultaat op korte en lange termijn gaat zijn.

Ik heb zelf niet de apparatuur om de band te verwijderen, dus die heb ik leeg laten lopen. Ik heb wat kartonnetjes geknipt en die tussen velg en band gestoken zodat de band niet geschilderd wordt. Achteraf niet de beste keuze omdat die kartonnetjes papier achterlaten bij het verwijderen. Gelukkig heb ik eerst de binnenkant behandeld. Aan de zichtzijde heb ik stukjes plastic gebruikt. Dat werkt beter bij het verwijderen.

RX5 op de velg

Na twee lagen RX5, waarbij het spul ruimschoots in de genoemde spleet gemotiveerd is, hebben de velgen de tijd gekregen om goed te drogen. Met het mooie weer van de laatste dagen geen enkel probleem. Hierna is er Epifanes op gekwast. Dat spul vloeit best goed uit. Tussen de lagen door steeds licht opgeschuurd met een scotch brite.


Licht opgeschuurd.

Uiteindelijk waren er twee lagen zwart aan de binnenkant, en drie lagen zwart aan de buitenkant nodig. Die kant was natuurlijk wit. Met de twee lagen RX5 in totaal (binnen en buitenkant opgeteld) negen keer gelakt. Pfff, poedercoaten is sneller...


Resultaat binnenkant


Resultaat buitenkant

Vandaag in het zonlicht de velgen bekeken en ik ben nog niet helemaal tevreden. Dus ik denk dat er aan de zichtzijde (buitenkant) nog een laagje bij moet. En zo gaat dat nou elke keer. Geen wonder dat het bouwen zo lang duurt ;-).

vrijdag 22 mei 2020

De uitlaat - Onzichtbaar bling-bling

Na enkele berichten over software wordt het weer eens tijd voor een stukje hardware. Anders loop ik het risico dat ik helemaal geen lezers meer overhoud. De uitlaat is gemonteerd. Er was al eerder aan gewerkt, maar nu hangt hij "definitief". Niets is definitief, al helemaal niet aan een hobby-auto, maar vooruit dan maar, ik ga er nu even niets meer aan veranderen.

De uitlaat begint bij de motor als onderdeel van de "spin", ofwel het inlaat-/uitlaatspruitstuk. Vanuit beide cilinders zitten hier twee korte uitlaatbochtjes die aan weerszijde verbonden zijn met de warmtewisselaars (of verwarmingspotten). De uitlaat verwarmt hier de koellucht die van de motor vandaan komt nog een beetje extra op zodat het binnen in de Burton lekker warm kan worden. Ben benieuwd of ik dat echt ooit een keer nodig heb...

Eerste demper.


De twee verwarmingspotten zitten verbonden met de éérste demper - tevens balanspot - die onder de versnellingsbak hangt. Deze heeft aan de linkerzijde één uitgang van waaruit de uitlaat enkelvoudig naar achteren loopt. Beginnend met een speciaal Burton-bochtje dat tussen de body en de voorste as door gefriemeld zit - tenminste, ik denk dat dit bochtje niet gelijk is aan die van de Eend. Ik kan ze niet meer vergelijken want die van de Eend is al lange tijd geleden naar het oud-ijzer verdwenen.


De uitlaat gaat enkelvoudig naar achteren, beginnend met deze bocht.

Zoals de meeste Burton-bouwers heb ik gekozen voor een RVS-uitlaat. Met een beetje geluk hoef ik die nooit meer te vervangen. Alleen jammer dat je van dat blinkende spul aan de buitenkant nauwelijks iets ziet.

Past net!

Het volgende deel van de uitlaat is de tweede- of einddemper. Deze wordt aan de voorkant met een standaard uitlaatklem aan bovenstaand bochtje bevestigd. Maar nu nog niet vast, eerst moet het achterste deel gepast worden.

Op deze foto zit de klem al vast.


Aan de achterkant zit de demper met een rubberen bevestiging aan de body gemonteerd. Voor de zekerheid heb ik op deze plek een plaatje aluminium tegen de body geplakt (met Sikafex, what else) met een slopgat 90 graden gedraaid t.o.v. het slopgat in het speciale stripje van de uitlaatklem.


Hier moet nog het rubberen tonnetje tussen.

De uitlaat zit nu in het midden vast.

Nu komt de achterste pijp, die op bovenstaande foto al vast zit aan de einddemper. Nu lijkt het net alsof de uitlaat van voor naar achter chronologisch gemonteerd wordt. Maar da's toch echt niet zo. Ik denk dat ik de demper en eindpijp er wel tien keer onderuit heb gehaald om weer een beetje bij te buigen en te passen. Vooral de bocht die om de achterste veerpoot heen meandert is een - laat ik het netjes zeggen - uitdaging. 

De uitdaging: de veerpoot mag de uitlaat niet raken bij volledig uitveren.

De uitlaat meandert onder de veerpoot door.

Sowieso kan de veerpoot linksachter niet volledig "uitveren" zonder dat deze tegen de uitlaat aan komt. Meneer RDW vindt dit niet fijn. Iets waar trouwens meerdere bouwers mee geworsteld hebben, dus ik was voorbereid. De oplossing is het enigszins beperken van de uiterste stand van de veerpoot. Wat extra ringen/moeren bij de aanslagnok en het probleem is verholpen.

Past net.

Detailfoto.

Bij de Eend wordt de eindpijp op een andere plek opgehangen dan bij de Burton. Bij de Burton zit hij helemaal aan het eind vast met weer zo'n rubber tonnetje. Bij de Eend zit de bevestiging wat meer naar voren en hangt hij daar wat te bengelen. Dit bevestigingspunt is aanwezig bij mijn chassis en ik heb ervoor gekozen om de uitlaat ook hier nog te bevestigen zodat deze wat beter gefixeerd wordt. De tijd gaat leren of dit verstandig is.


Extra bevestiging op het "oude" ophangpunt.



De eindophanging.


Uiteindelijk heb ik eerst de eindpijp aan de einddemper bevestigd (met uitlaatpasta), deze vervolgens op de juiste plek gehangen terwijl de demper nog los in de voorste bocht kon bewegen. Pas toen ik tevreden was met de ophanging achter en midden onder de body, heb ik de verbinding tussen demper en voorste bocht vast gemaakt (ook weer met uitlaatpasta).

De voorste bocht heeft al die tijd wel vast gezeten aan de voorste demper, maar nog niet definitief. Dat moet ik nog doen, maar dat stelt nu niet zoveel meer voor. Ik heb gekozen voor de "luxe" uitlaatklemmen van Burton Car Company. Een aanrader!

maandag 20 april 2020

Software - De list (4: RGBDigit)

In de vorige drie berichten zijn al drie listen (in de woorden van Olivier B. Bommel) besproken die oplossingen bieden voor het geringe aantal in- en uitgangen van de ESP32-microcontroller. In dit bericht een vierde en voorlopig laatste list. Eigenlijk geen nieuwe list, maar dat blijkt zo...

Een collega op het werk is in zijn vrije tijd een professionele knutselaar. Hij heeft een nieuw soort 7-segmentdisplay bedacht. Eentje die niet alleen via één datalijntje aangestuurd wordt, maar ook nog eens per segment 16 miljoen kleuren kan tonen. Doet me denken aan de NeoPixels uit een vorig bericht (de list 2); en dat is niet zonder reden. Ze bevatten namelijk per segment én de decimale punt één NeoPixel. Acht in totaal per digit.

RGBDigit (https://www.rgbdigit.com/rgbdigit/)

Fijn, want een stuk software voor de aansturing van NeoPixels is al aanwezig. De RGBDigits kunnen in serie geknoopt worden. Als ik drie getallen wil presenteren, geeft dit 3 x 8 = 24 NeoPixels. En toch maar één enkele digitale uitgang van de ESP32 gebruikt. Met recht een efficiënte manier van aansturen. Een prima list dus!

De RGBDigits zijn best groot en geven enorm veel licht. Iets om rekening mee te houden bij het ontwerpen van het digitale display van de Burton. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat je bij het rijden in het donker verblind wordt. Maar wel ideaal bij het rijden in de volle zon. Menig display is dan moeilijk af te lezen. Met deze schijnwerpers verwacht ik geen probleem. Ik denk dat ik een lichtsensor inbouw waarmee ik de helderheid van het display automatisch aan laat passen. Een lichtgevoelige weerstand (LDR) zou hier prima werken.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Lichtgevoelige_weerstand

Wordt vervolgd...